maandag 6 december 2010

de 40+ moeder columns. afleveringen: 11-20

Het leven begint bij 41

Tussen 2004 en 2006 schreef ik voor Ouders Online mijn ervaringen als oudere moeder

Ben je na je 40ste nog geschikt als moeder? Gaan de mensen dan vragen: "Bent u met uw kleinkind aan het wandelen?" Welke vooroordelen kom je tegen en hoe werkt het in de praktijk?

Mijn zoon is inmiddels bijna 6, maar voor oudere (en jongere) moeders zijn de stukken nog steeds actueel...

afleveringen 11 - 20 

11. Welbeslagen ten ijs

Ik dacht dat hard werken en een eigen bedrijf hebben ingewikkeld was. Fout. Voor een baby zorgen, dat is pas ingewikkeld. Baby's lijken namelijk een heel eigen idee te hebben over het indelen van tijd.

Regelmatig was de dag opeens voorbij, zonder dat ik tijd had gehad om te douchen. Geliefde trof bij thuiskomst een verwarde vrouw aan, die riep dat ze nergens aan toe was gekomen en meende dat ze niet in staat was om behoorlijk voor een kind te zorgen. Hij bezwoer me dat ik het heel erg goed deed en dat ik echt niet stonk.

Het vermoeden was er al, maar ik bleek een echte controle freak te zijn. Mede daarom groeide al tijdens de zwangerschap de stapel opvoedboeken naast mijn bed gestaag. Ik zat toen nog in het theorie tijdperk. Het leek er op dat, als ik een keuze had gemaakt uit zo'n acht verschillende opvoedkundige systemen, uiteindelijk alles voor elkaar zou komen. De praktijk bleek een heel ander verhaal.

Nu heb ik mijn leven lang alle grote beslissingen op intuïtie genomen. Dat beviel heel goed. Als er een knoop doorgehakt moest worden, ging ik er eens goed voor zitten. Woog de zaken tegen elkaar af en nam uiteindelijk het besluit dat het beste voelde.

Maar dat waren besluiten die alleen mijzelf betroffen. Nu zou het over het leven en welzijn van een klein mannetje gaan. Dan moet je toch wel beslagen ten ijs komen. De controle freak kwam in botsing met de intuïtie politie. Dus bestudeerde ik boeken over borstvoeding, rust, evenwicht, slapen, het belang van muziek (of juist niet) en speelgoed (of juist niet), alsof ik een politieke partij in het leven had geroepen.

In boek A stond het strakke schema centraal. Als ik het goed begreep, ging ik heel veel spijt krijgen als ik na de voeding niet precies een half uur met mijn zoon speelde en hem daarna direct naar bed bracht. Het boek zei verder heel zinnige dingen, dus ik probeerde het uit. Maar met de beste wil van de wereld kreeg ik het systeem er niet in. Ik genoot te veel van het ochtenden lang samen in bed liggen en verliefd tegen het minimensje aankruipen.

Boek B zei juist dat ik mijn kind echt altijd bij me moest houden, want dat doen de Indianen ook (opvallend dat er steevast over DE Indianen wordt geschreven, alsof het een vereniging betreft). Maar na uren met het jongetje te hebben rondgesjouwd, was het juist heerlijk om even los te zijn.

Boek C beschreef tot in detail op welke leeftijd mijn kind een goed humeur zou hebben en wanneer hij wat knorrig zou zijn. Ik wachtte rustig de momenten af. En zag ze ook voorbijgaan, zonder dat ik ze bij mijn kind kon waarnemen. Op de dagen dat ie ongemakkelijk had moeten zijn, werd ik steevast begroet met een brede lach.

Ik voelde mij als een scholier die haar proefwerken nooit haalde omdat ik steeds net te laat was begonnen met mijn huiswerk. Geen enkele methode bleek te passen.

Het duurde even tot de simpele waarheid tot me doordrong. Rücksichtslos doorgevoerde systemen leiden uiteindelijk nergens toe. Opvoedkundige boeken zijn niet 1 op 1 toepasbaar. Vermoedelijk was dat ook nooit de bedoeling.

Dus vanaf nu lees ik ze niet meer alsof ons leven ervan afhangt en gebruik ik wat mij aanspreekt. Over de rest lees ik stelselmatig heen. Én ik vertrouw weer op mijn 42-jarige oude vriend: de intuïtie.

12. Dikke oma

Mijn angst om voor de oma van mijn zoon te worden aangezien verdween onlangs – tijdelijk – als sneeuw voor de zon. Op een terras zat een echtpaar met een kind. Ze konden zowel de grootouders als de ouders zijn. We raakten aan de praat en mij werd verteld dat de kleine niet wilde slapen.

"Ach", zei de vrouw, "haar opa en oma zijn er ook niet zo vaak." En dat was de oplossing van het vraagstuk. "Jouw kindje ligt lekker te slapen", vervolgde ze. "Hoera", juichte ik van binnen, "ze denkt niet dat ik de oma ben en ze zegt jou tegen mij." Mijn dag was weer goed.

Maar al snel merkte ik dat deze angst plaats maakt voor een iets reëlere, zij het net zo domme angst. Dat zit zo. Er was mij verteld dat als je borstvoeding zou geven, je zó weer op je oude gewicht zou zijn. En ik geloofde dat. Dom, dom, dom. Want dat is dus niet zo. Althans bij mij niet. De zwangerschapskilo's willen er maar niet af.

Nu verkeer ik in een permanente tweestrijd. Aan de ene kant wil ik graag veel chocola eten (ik ben zielig, want ik ben dik en dus mag ik chocola eten). Maar aan de andere kant wil ik mij zo vreselijk graag geen zorgen meer hoeven maken om al die kwabben en wil ik zo vreselijk graag mijn mooie kleren weer aan. Het bloesje uit Parijs, het zijden rokje uit Barcelona. Gewoon. Al die spullen die ik droeg toen geliefde en ik in opperste staat van verliefdheid onze stedentripjes maakten. Toen ik geen borstvoedingsbeha's droeg, maar mooie rode verleidingsniemendalletjes.

Terug naar het probleem. Nu de opmerkingen over mijn ouderdom waren uitgebleven, was ik weer bang dat mensen zouden denken dat ik zwanger zou zijn. Dát zou pas erg zijn... En een niet onwaarschijnlijke gedachte trouwens. Want laten we eerlijk zijn. Het lijkt er ook wel op. Dus liet ik de chocola laten staan en haalde ik de DVD Fit worden na je zwangerschap.

Stiekem hoopte ik dat iemand de overtollige kilo's er af zou praten. Of mij zou vertellen dat het echt vanzelf weg zou gaan, dat ik mijzelf gewoon moest accepteren. Maar het bleek een opname te zijn van de blije 'Nederland in beweging'-man.

Mijn weerstand opzij zettend, ging ik voor de tv staan en ik deed enthousiast mee. Geliefde vond het erg amusant en riep vanuit de keuken dat het er heel vrolijk uitzag. Maar na de zoveelste 'Mambo, grapevine en ja daar komt-ie weer 1,2,3,4, cha-cha-cha' snapte ik de pasjes nog steeds niet en wilde ik alleen nog maar meer chocola. Exit DVD. Ik ga wel naar de sportschool, of weer naar yoga, of ik ga iedere dag heel ver lopen.

Dat voornemen strandde ook weer. Tot gisteren. Ik zat in een bus die tot de nok toe gevuld was met studenten. Ik moest foto's maken en zat helemaal in de 'wat ben ik lekker aan het werk'-sfeer. Totdat een fris meisje met bruine krullen me bezorgd aankeek en vroeg: "Wilt u zitten mevrouw?". De verwarring raasde door mijn hoofd. Help, ze vraagt of ik wil zitten. Het is zover. Het is officieel. In de ogen van dit meisje ben ik oud. Ik ben niet eens zwanger en toch vraagt ze of ik wil zitten...

Die avond, terwijl we in de avondzon zaten te eten, vertelde ik het verhaal. En wat zegt geliefde? "Misschien dacht ze wel dat je zwanger was."

Ik was woordeloos. Ja, duw dat mes er maar nog wat verder in. Ik zie er oud én zwanger uit. Dat is Niet De Bedoeling. Hier Ben Ik Niet Blij Mee! "Schatje, je moet wel adem halen, het is echt niet zo hoor, ik bedoelde iets anders...", hoorde ik in de verte.

Mijn besluit nam ik op dat moment. Roosevelt zei het al: "The only thing we have to fear, is fear itself". Dan denken ze maar dat ik zwanger of oma ben. Ik hou erover op. Hier heb ik geen zin meer in. En volgende week ga ik naar de sportschool. Echt waar. Serieus. Ik meen het.

13 Bemoeizucht

Een zwangere vrouw is zelden anoniem. Ze lijkt onderdeel te zijn van het publieke domein. Eén blik op die dikke buik en je weet hoe het zo gekomen is. Aan een zwangere vrouw mag je intieme vragen stellen. Je mag er ook aanzitten.

Vraag aan een toevallig voorbij lopende vrouw of je aan haar borsten mag zitten en een ongenadige scheldpartij valt je ten deel. Op z'n minst. De bezwangerde buik aanraken lijkt daarentegen een constitutioneel recht. Denk maar niet dat het overgaat. Het is een opwarmertje voor de volgende fase: ouder met kind in de openbare ruimte.

Dat merkte ik de eerste keer dat ik mij met mijn zoon de straat op waagde. Het was een koude dag. Onwennig liep ik achter de kinderwagen, bijna bang ontmaskerd te worden als nepmoeder. Als een leeuwin hield ik de verplichte meter 'mensenvrije zone' om mijn kind in de gaten. Het zweet droop uit iedere porie. Gehuld in een combinatie van oude zwangerschapskleren en erg lelijk joggingpak, beging ik de fout om in een babyspullenwinkel te vragen of een speen nou een goed idee was.

In hun haast hun mening te geven duwden zes jonge moeders (en dan heb ik het echt over rimpelloos-strak-in-het-vel jong) de winkeljuffrouw uit de weg. Eerst bewonderden ze mijn zoon. Dat was wel fijn eigenlijk. Daarna, alsof ze het hadden afgesproken, gingen ze in de aanval. Een speen? Nee, dat kan niet! Als je daar eenmaal aan begint is het einde zoek! Ik sputterde tegen dat ie zo'n zuigbehoefte had. Nu zat ik de hele dag met mijn pink in zijn mond. Zo kom ik toch nergens aan toe?

"Ja, luister eens", zei een hippe ik-heb-alles-voor-elkaar moeder met bijpassende designer-outfit peuter, "daar moet je maar aan wennen, dat hoort bij het moederschap." De overige vijf knikten heftig mee. Dus zo voelt de oudere werknemer zich als 'ie op het matje wordt geroepen door zijn 30-jarige cheffin. Tegen zoveel overmacht en opgedrongen schuldgevoel kon ik niet op. Gelukkig verzwakte hun aandacht snel en verliet ik, met speen, de winkel.

De bemoeizucht wil maar niet wennen. Ik loop al jarenlang ongestoord door het leven. Een onaangeleunde vrouw krijgt hooguit aandacht van loslopende heren. Maar nu ik moeder ben, mag iedereen iets van mij vinden.

Terwijl ik op vrijdagmiddag in de rij van een overvolle Dirk sta, hangt een vrouw in een degelijke regenjas haar hoofd in de kinderwagen. Boos roept ze me toe: "Ooooh, wat is ie donker! Je legt 'm toch niet in de zon. Dat is heel erg slecht hoor, voor zo'n jong kindje!" De gevatte en cynische antwoorden over 'hoogtezon en lange dagen aan het strand' komen pas als ik de winkel uitloop. Ik ben te druk bezig met het uit de kar trekken van de mevrouw.

Ander voorbeeld. Ik moet kleren hebben die op magische wijze het zwangerschapsvet doen verdwijnen en mij weer aantrekkelijk maken. In de enorme kledingwinkel baan ik mij een weg door de ruches en rafeltjes. Vanuit de wagen klinkt protest. Ik doe mijn uiterste best om snel en efficiënt in te slaan. Ondertussen paai ik mijn zoon met speen en vrolijke liedjes. Maar het is al te laat. De speen wordt uitgespuugd (de invloed van het jonge-moedercollectief in de babyspullenwinkel?) en het ontevreden gepruttel gaat over in huilen.

Net als ik een jasje heb gevonden dat wel eens zou kunnen passen, voel ik een ruk aan de wagen. Daar staat een hoogblonde mevrouw met twee handen in de wagen te graaien. Mijn verbijsterde en kwade blik volkomen negerend, zegt ze verwijtend: "Hij huilt hoor. Hij is z'n speen kwijt, die wil 'ie hebben. Je moet wél een beetje opletten".

Mijn antwoord kan ik mij niet herinneren. Van mijn kind moet je afblijven. Dus het zal weinig gevat of intelligent zijn geweest. Denk ik. Het hielp wel. De kleren die ik die dag kocht, liggen nog steeds op het groeiende stapeltje 'terug te brengen spullen'.

14. Cijferlijst voor het oudere-moederschap

Nu mijn carrière als oudere moeder de 6 maanden ruim gepasseerd is, is het tijd om de balans op te maken. Is het leuk? Viel het mee? Is mijn lichaam gehavend en voor goed verloren voor mooie dagjes aan het strand? Is het anders om een kind te krijgen na je veertigste? En is het al gevraagd: "Is dat uw kleinzoon?"

Oma-angst
Om maar met dat laatste te beginnen? Ja, het is gebeurd. Ik ben aangesproken als oma. Ik zat met mijn Abe, vriendin S. en haar uiterst charmante zoon op een grasveldje. Omringd door prachtige bomen en bloemen en een kletterende fontein, genoten wij van de zon. Wij spraken onze verwondering uit over ons moederschap ("Wie had dat nou gedacht" en "Zie ons hier eens zitten") toen we werden aangesproken door een man en zijn blikje bier.

Hij bekeek ons idyllische plaatje van een afstand, trok z'n shirt recht, en vond toen dat het tijd was voor een praatje. Het leeftijdsverschil tussen onze zonen werd op dat moment heel duidelijk, omdat mijn Abe zich gelaten liet overkruipen door zijn 5 maanden oudere vriendje, die op zijn beurt overduidelijk van zijn mobiliteit aan het genieten was.

"Nou, nou", zei de man met een hoofdknik naar de twee jongens, "die ene is wel heel erg rustig en die ander wel heel erg druk, hè?" Wij konden niet anders dan dat beamen. "Ja, weet je hoe dat komt?" Wij wisten het niet. "Dat komt omdat ze met hun oma's op stap zijn. Dan gebeurt dat altijd." S. keek de man glazig aan – ze is zeker drie jaar jonger dan ik – en ik werd vreemd genoeg heel vrolijk. Eindelijk was het gezegd. De kop was eraf en ik werd er niet koud of warm van. Ik moest alleen maar heel hard lachen om het perplexe gezicht van S.

Oordeel over het verdwijnen van de oma-angst: 7+

Het gehavende lichaam
Gaan we door naar het gehavende lichaam. Nachten op met een jongetje dat niet kan slapen, tandjes die allemaal in één keer doorkomen, poep tot in de nek en de zesde ziekte vallen me soms best zwaar (ik had nog nooit gehoord van ziektes met een cijfer er in. Waar komen die ziektes vandaan? Vroeger hadden ziektes tenminste nog echte namen). Maar alles doet het nog en ik val niet om.

In een bikini zal ik mij voorlopig niet meer hijsen. Daar moeten nog vele uren sportschool in worden geïnvesteerd. Een foto van een beeldschone Jody Foster, inmiddels 43 jaar, geeft me weer nieuwe moed. De rimpels worden steeds dieper en het haar grijzer, maar daar heb je gelukkig middelen voor.

Oordeel over het lichaam: 6-

Leuk
Dan de vraag: is het leuk? Nee, het is niet leuk. Het is heel bijzonder en overweldigend groot. Na twintig jaar vooral voor mijzelf te hebben gezorgd, is het zeer bevredigend om 's ochtends vroeg geld te gaan verdienen voor de jongens.

Het feit dat ik een moeder ben, heeft effect op ieder onderdeel van mijn leven. Het houdt niet op bij de verliefdheid op het jongetje zelf. Ik durf opeens van alles. Probeer mij vooral niet meer onder de tafel te krijgen. Ik ben een moeder, die zit per definitie óp de tafel.

Hoogoplopende emoties tijdens schreeuwende vergaderingen verdwijnen als sneeuw voor de zon, als ik in gedachten de brede-lach-met-vier-tanden van mijn zoon zie. Ik voel mij als een sprookjeskoningin met een geheim: thuis in mijn kasteel wachten de koning en het prinsje vol verlangen op mijn thuiskomst.

Oordeel over leuk: 10

Oudere-moederschap
Tenslotte: is het anders om een kind te krijgen na je veertigste? Daar kan ik alleen maar naar gissen. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Ik ben heel gelukkig dat ik nu moeder ben geworden. Ik zie ook niet goed hoe het eerder had kunnen gebeuren.

Lang was er alleen ruimte voor mijzelf, nu passen er met gemak een geliefde en een jongetje bij. In de tram en bij het consultatiebureau zie ik heus de verschillen wel tussen mij en andere moeders. Er zit vaak ruim twintig jaar tussen en van sommige moeders had ik de moeder kunnen zijn.

Ik heb er geen spijt van dat ik niet eerder moeder was. Wel heb ik het gevoel dat alles wat ik tot nu toe mee heb gemaakt, naar mijn moederschap heeft geleid. Maar ik ben er absoluut van overtuigd dat een vrouw zonder kind net zo volledig en compleet is als een vrouw met een kind. Ons leven is niet zo maakbaar als we soms wel eens zouden willen. Net zoals ik niet zielig was zonder kind, ben ik ook niet beklagenswaardig als 'oudere moeder' mét kind.

Gelukkig heeft de natuur het mooi geregeld. Bij iedere staat van zijn hoort een ander basisgevoel. Dat maakt dat vrouwen met kind en zonder kind veilig op hun eigen gevoelsplatformpje zitten. Op welk platform ze ook zitten, ze zijn altijd perfect geëquipeerd. En op ieder platform maak je mooie en nare dingen mee. Om onze Johan maar weer van stal te halen: Ieder nadeel heb z'n voordeel. En zo is het.

Eindcijfer over mijn moederschap na de 40: 9+

15. Feest!

"Komen jullie morgen ook?" Ik kijk de crèche-leidster vragend aan en heb geen idee waar ze het over heeft. "Morgen!", legt ze uit, "dan is het feest. Iedereen maakt iets lekkers en er is muziek en spelletjes voor de kinderen. Maak jij iets lekkers Indonesisch?"

Ze kijkt me vrolijk aan. In gedachten blader ik razendsnel door mijn op springen staande agenda. Ik zie alleen lange dagen, deadlines en vergaderingen, maar geen feest. Ze legt uit dat de crèche een jubileum viert. Dat moet gevierd worden en alle ouders maken iets lekkers. Nu ik beter kijk, zie ik inderdaad gangen vol blije handgemaakte posters voor het feest.

Tussen ons gezegd en gezwegen. In het geheim ben ik jaloers op de dames van de crèche. Met name op die van Abe's groep. Het zijn er drie, ze zijn allemaal mooi, lief, vrolijk en ze mogen de hele dag met mijn kind spelen. En ik moet altijd werken en niet zo'n beetje ook.

Tijdens de kennismaking (ik ben wel drie keer langs geweest) waren ze ook al zo vriendelijk. En geduldig! Ze gaven antwoord alsof ik de eerste moeder was die haar eerstgeborene bij hun achter liet. Achterdochtig probeerde ik ze te betrappen op een dom antwoord, een onderhuidse sneer over mijn leeftijd of onprofessioneel gedrag. Maar die bleven uit en ondertussen waren ze lief voor álle kinderen.

De eerste keer dat ik mijn zoon achterliet, vleide hij verliefd zijn hoofd tegen de borst van de mooiste juf en keek niet op of om toen ik de crèche verliet. Ik weet ook wel dat het fijn is. Maar stiekem had ik gehoopt op een drama met uitgestoken armpjes en een "laat me niet achter bij deze heksen, ik wil jou en jou alleen, jij bent de liefste van de wereld, stop met werken en zorg voor mij"-jammerklacht. Maar niets van dat al, hij vindt het geweldig op de crèche.

Maar goed, terug naar het crèche-feest. Ik ben even in paniek. Want iets lekkers maken zit er niet in. Laf vul ik Abe's vader in op de namenlijst. Daar ben ik dan weer mooi vanaf. Maar Abe's vader heeft ook geen tijd en laat zich niet verleiden door smekende blikken. Ik besluit te doen alsof. Morgen ga ik gewoon naar de toko en dan laad ik het eten over in een oude pan.

Met gemak stap ik in de rol van overspannen moeder die werk, sociaal leven en opvoeding graag wil combineren, maar altijd ten koste van zichzelf. Ik vind het buitengewoon geestig. Nooit gedacht dat me dat nog zou overkomen. Maar ik laat niet met mij dollen, ik neem de short cut. Ik ben niet voor niets een oudere moeder.

De grote dag is aangebroken; op naar de toko. Die staat vol geïrriteerde mensen die proberen kalm over te komen.

De vrouw achter de toonbank is nieuw. Met groeiende ergernis zie ik hoe ze vijf minuten lang twee bekertjes cendol in een één plastic zakje probeert te wurmen. Ondertussen trek ik gekke gezichten naar Abe, die niet begrijpt waarom we zo lang stil blijven staan. Na 25 minuten besluit ik mijn snode plan te laten varen, leg gepast geld neer en ren met veel verontschuldigingen en zes zakken krupuk naar buiten.

Buiten adem en veel te laat arriveer ik bij de crèche. Het feest is al in volle gang. Ik word direct overvallen door een grote groepsangst. Sinds ik moeder ben, heb ik niet eerder zoveel ouders in één ruimte bij elkaar gezien. Ze zingen zonder enige gêne Sesamstraat liederen en dansen in het rond. Ik ruik vieze luiers, het is warm, iedereen kent elkaar en lijkt volkomen tevreden met de rol van vader of moeder van. Ondertussen beledig ik vier ouders door hun kind niet te herkennen en doe alsof ik het naar mijn zin heb.

Gelukkig arriveert geliefde snel. "Praat jíj dan met iemand", sis ik hem toe. "Ik weet niet wat ik moet zeggen en waar moet ik met al die zakken naartoe?" Hij weet het ook niet en vermaakt zich ondertussen prima met zijn zoon. Daar gaat mijn kalme ik ben al 42 dus mij krijg je niet gek-houding.

Ook dat nog. Moet ik nou zelfs wennen aan mijn nieuwe rol als moeder van? Het kan niemand schelen dat ik een overvolle agenda heb, die hebben zij ook. Hier geldt uitsluitend het kind. En dan niet eens alleen die van mij. Volgens mij zijn de andere ouders net zo onder de indruk van hun kind als ik van het mijne. Ik heb nog veel te leren. Gelukkig duurt het nog jaren voor de basisschool begint.

16. Voor S.

Kort voor het mannetje werd geboren, overleed onze bovenbuurman S. Een paar maanden eerder vertelde de arts hem dat hij ziek was; er was geen redding meer mogelijk. Zijn lichaam was volledig verwoest door een allesverterende kanker. Dood en leven kwamen in die tijd wel heel dicht bij elkaar. Terwijl mijn buik groeide, werd S. met de dag zieker.

Onze bovenbuurman was geen oude man. Hij was hip en aantrekkelijk, en ontwierp met veel succes mode-collecties. Hij was jong en vol leven. Regelmatig hoorden we hem zondagochtend de trap opkomen, terug van een nachtje doorfeesten. En zo hoort het ook. Als je 32 bent, moet je met je vrienden dronken aan een café-tafel zitten en niet doodgaan.

Op de valreep trouwde onze bovenbuurman S. met zijn grote liefde R., die nog jonger was dan hij. En mooi. Met een bijna verlegen levenslust. Ze kon er niets aan doen, zelfs in het grootste verdriet bleef ze stralen. Het huwelijk werd bij hen thuis voltrokken. Ons huis was uitvalsbasis voor jassen en voor mensen die tegelijkertijd intens verdrietig en blij waren. In de verbijstering over de onontkoombaarheid van de situatie was het prachtig dat ze juist op dat moment voor elkaar kozen.

De angst voor de dood zal niemand vreemd zijn. Ook ik heb er last van. Maar sinds ik moeder ben, voelt die angst anders. Scherper en praktisch. Als er iets met mij gebeurt, grijpt dat levensgroot in in het leven van mijn twee mannen. Dus heb ik stiekem de commode zo ingericht dat – mocht ik morgen onder de tram komen – mijn geliefde niet in alle consternatie naar de rompertjes met lange mouwen hoeft te zoeken.

Maar ik wil graag langer leven dan babymaatje 68, dus door rood licht fiets ik niet meer.

Daar komt bij dat ik, sinds ik iemands vrouw en iemands moeder ben, nóg meer van het leven geniet. Er lijkt een nadeel te kleven aan genieten. Als het wegvalt, is er ook meer te missen.

Niet alleen mijn eigen dood boezemt mij angst in. Die van mijn geliefden komt me inktzwart voor. Vooral die van het mannetje. Ik geloof dat het Patty Brard was, die ooit zei dat als haar kind dood zou gaan, ze er gewoon naast ging liggen. Normaal heb ik geen idee waar ze het over heeft, maar dit verwoordde ze behoorlijk accuraat. Soms sluip ik 's nachts de kinderkamer in om te luisteren of ik 'm hoor ademhalen. Ik ben vast niet de enige.

Dan ben ik ook nog eens een oudere moeder. Statistisch gezien sta ik dichter bij de dood dan een moeder van 25. Als het mannetje zijn veertigste verjaardag viert, ben ik 82. Of dood. Wat dat betreft heeft mijn moeder het beter voor elkaar. Die was 20 toen ze mij kreeg. Met een beetje geluk eten we op mijn 60e verjaardagsfeestje samen hazelnoottaart van Maison Kelder.

Hoe dan ook, voor oude en jonge moeders en voor de rest van ons stervelingen is de dood onvermijdelijk. Het is onze enige zekerheid. En soms kom je iemand tegen die het beeld van de dood verandert, door zelf een voorbeeld te zijn.

Dat is de erfenis die S. achterliet. Hij accepteerde zijn eigen dood met volle overgave. Om hem heen stond alles op z'n kop. Maar in plaats van de – te verwachten – boze protesten, berustte hij in de situatie. S. was tevreden met zijn leven. Hij had een mooie vrouw, goede vrienden, en hij had een sterk modemerk neergezet. Het was goed zo. In minder dan vier maanden van voluit leven naar dood. Zo simpel is het.

S. gaf ons de belangrijkste levensles op een presenteerblaadje: leven doe je niet voor morgen. Leven doe je voor nu! Oud worden kan heel mooi zijn, maar het is de manier waarop je leeft die betekenis aan dat leven geeft. Daarom herinner ik mij S. niet om zijn dood, maar om zijn leven, dat hij tevreden los kon laten. En daarom zal ik mijn uiterste best doen om zo te leven, dat ik van iedere dag die ik met mijn mannen doorbreng kan genieten.

17. Een koffer vol nieuwigheid

Na drie dagen drong het tot me door. Ik was zenuwachtig, want ik ging voor het eerst met vakantie met de mannen. Van de zomer hadden we het al eens geprobeerd op de camping in Drenthe. Na drie dagen regen en communaal douchen wisten we niet hoe snel we terug moesten naar ons behaaglijke huis. Het mannetje bleek bovendien last te hebben van heimwee en keek ons met grote Labrador-ogen aan. Zijn droeve blik veranderde in pure blijdschap zodra hij weer voet op bekend terrein zette.

Met geliefde was ik natuurlijk wel al met vakantie geweest. Van verliefdheid aaneengeklonken hadden we steden als Parijs, Barcelona en Florence doorgestruind. Ontbijt om 12 uur, picknicken in het park, dronken op de brug, en fijne hotels. Dat werk.

Het voordeel van onaangeleund
Heel anders dan de reizen die ik alleen maakte. Jarenlang liet ik – zodra ik geld en tijd had – huis en haard achter mij. Maandenlang trok ik door de wereld. Op een adembenemend mooi eiland in de Filippijnen lag ik weken met een stapel boeken in dezelfde hangmat. In Vietnam zat ik een volle dag op een krukje en zag de hele stad aan mij voorbijtrekken en genoot van iedere minuut. In Indonesië voelde ik me zo thuis dat ik er een jaar later nog was.

Zodra ik de douane door was, vergat ik huis, haard en uitzwaaiers. Het voordeel van onaangeleund zijn, is dat je kunt weggaan als je wilt en kunt wegblijven zolang er geld is. Je hoeft aan niemand te verklaren waarom je wel naar dorp A en niet naar berg B wilt. En je bent uitsluitend verantwoordelijk voor jezelf.

Niet verdwenen reisverlangen
Met de komst van geliefde en het mannetje is het reisverlangen niet verdwenen. Het sluimert ergens in mijn hart. Maar geliefde is niet zo'n reiziger en het mannetje slaapt zo heerlijk in zijn eigen bed.
Dus reis ik tegenwoordig in mijn hoofd. Op de fiets bedenk ik ingewikkelde reizen, in gedachten zit ik op een trappetje in de schaduw met een marktkoopvrouw te kletsen en ruik ik de durian.

Terug in de realiteit gaan we een weekje weg. Naar Spanje op familiebezoek. Mijn nichtje heeft net een zoon en die moeten we natuurlijk zien. 26 Jaar geleden was ik een zomer lang haar au-pair en nu zijn we allebei moeder. Voordat we gaan, heb ik een paar dagen vrij en genereus bied ik aan de koffer in te pakken.

Altijd leuk
Bagage pakken was altijd leuk. Het is alsof de reis begint op het moment dat de koffer in de kamer staat. De meest bizarre kofferinhoud hadden vriendin P. en ik, toen we in overspannen staat naar La Gomera gingen. P. had zich de dag voor het vertrek in een blinde winkelgekte gegooid en hing haar – nog in cellofaan verpakte – jurkjes op kleur en stijl gesorteerd in de overvolle kast van ons appartement. Mijn 12 paar schoenen versperde de deur naar de badkamer en in de avond wankelde ik in een krijtstreep-pak op mijn Dries van Noten hakken over de rotsen naar het lokale café.

Grotere reizen maakte ik in gezelschap van mijn trouwe rugzak. Over het pakken ervan kon ik weken doen. De sport was om onder de 10 kilo te blijven. Ook al bleef ik maanden weg. Ieder shirtje moest perfect zijn en passen bij de rest en voor mij zorgen in regen, kou en warmte.

Vriendin P. (dezelfde van de overspannen koffer) bekeek uiterst kritisch de inhoud. Nee, te sexy, weg ermee. En past die broek bij je jas? Anders moet-ie eruit. De boeken hadden 'internationale ruilkwaliteit' en mijn toilettas bevatte alleen kleine flesjes met de miniemst mogelijke inhoud.

Logistieke nachtmerrie
Maar goed, dat was een paar jaar geleden. Nu moet ik eerst een koffer voor ons alledrie inpakken. Ik heb het tenslotte beloofd. Dat blijkt niet zo'n goed idee te zijn, want ik beland in een logistieke nachtmerrie die me 's nachts uit mijn slaap houdt.

Rompertjes met korte en lange mouwen, truitjes, setjes, schoentjes, sokjes, voor koud en warm weer. Alles moet leuk staan, want we gaan tenslotte op familiebezoek. Nestgeur helpt misschien tegen heimwee, dus pak ik het laken uit z'n bedje luchtdicht in stapels plastic zakken in.

Muis en Ster apart voor in het vliegtuig. Samen met de juiste crackers, melk, water en fruithapje. De draagzak gaat buiten de koffer. Ik moet riemen kopen om de buggy goed te vervoeren, zodat we hem niet in 8 stukken op de bagageband terugvinden. En er moeten ook medicijnen mee: tegen doorkomende tandjes, hoesten, bulten en onrust, want hij zal het maar net krijgen.

Het reisschema huis-vliegtuig moet zo in elkaar worden gedraaid dat het ochtendslaapje niet in het geding komt, de crèche moet op de hoogte worden gebracht, de buurvrouw moet worden ingeschakeld voor de post en de planten.

Ik kan met gesloten ogen een groot project in elkaar draaien. Maar een koffer inpakken als je een kind hebt, is bijna niet te doen.

Rustgevende druppels
Een paar uur voor we weg moeten, heb ik de rustgevende druppels (voor mijzelf) gevonden, en is de koffer ingepakt. Meer dan de helft is gevuld met babyspullen. Voor ons blijft er ruimte over voor een broek, een stapeltje shirts, sokken en sensible onderbroeken.

Voor het eerst van mijn leven reis ik met 1 paar schoenen: wandelschoenen die heerlijk zitten maar erg lelijk zijn.

Als we eindelijk op het vliegveld staan, zeg ik mokkend dat ik hier een stukje over ga schrijven. Geliefde vindt het nodig dat te relativeren met: "Dat heeft iedereen die voor het eerst met een kind reist. Zo speciaal ben je nou ook weer niet." Ik mompel dat ik meer dan 20 jaar alleen voor mijzelf heb gezorgd en dat ik nu medeverantwoordelijk ben voor een familie. Ik, de vrouw die kalm en cool in haar eentje de wereld introk, heb rustgevende druppeltjes nodig om een koffer in te pakken!

Heerlijk
En de vakantie? Die was heerlijk. Het mannetje genoot volop en werd iedere dag met een grote lach wakker. We ontbeten pas om 12 uur en picknickten op de rotsen en ik was stapel verliefd op mijn mannen.

Ik heb een week lang dezelfde kleren aangehad en op de terugreis bleven de rustgevende druppels gewoon in de tas.

18. Mama is de mooiste

Het was geen slimme actie van mij. Anders had ik het niet gezien. Het ging als volgt.

Stel je even het volgende voor. Ik zit te werken in mijn werkkamer. Groot raam voor mij, heerlijk herfstweer, ik ben met smaak aan werk. Die ochtend had ik mijzelf een uur vrij gegeven, en dat uur had ik ingevuld met het kopen van veel te dure cosmetica.

Mooie juffrouw
De mooie juffrouw van Chanel was goed in haar werk. Als ze had gezegd dat ik eeuwig durend geluk zou krijgen wanneer ik alle crèmes in één keer zou kopen, had ik het gedaan. Eenmaal thuis smeerde ik mijn nieuwe make-up en alle monstertjes op mijn gezicht. Verliefd op het mooie zwarte doosje zette ik het open op mijn bureau.

Nu is mijn werkkamer een spiegelvrije zone. Spiegels leiden maar af en voor ik het weet besteed ik een middag aan het uittrekken van onzichtbare haren en het bestuderen van mijn poriën. Overtuigd van mijn nieuwe strakke huidje keek ik schalks in het spiegeltje. En toen zag ik het.

Kalkoenenflupje
Ik kon het eerst niet geloven, maar het was echt zo: ik heb een hangende onderkin. Daar waar jarenlang een strak vel zat, hing opeens een los ding. Een soort kalkoenenflupje dat overliep naar mijn nek. In mijn beleving was de nek nog in strakke toestand, maar mijn illusie werd ruw verstoord.

Flupjes en een vrouwenlichaam is een fatale combinatie, leerde ik al jong. Ik hoor mijn oma bij het zien van de toenmalige koningin Juliana in wéér een mouwloze jurk nog verontwaardigd mopperen: "Dat die dochters van haar daar nou toch niets over zeggen".

Mijn nekflup is op de schaal van het wereldleed verwaarloosbaar. Maar in de beslotenheid van mijn werkkamer was het toch een behoorlijke schok. Gelukkig ben ik niet groot, dus er zijn niet veel mensen die mij van onderaf zien. Zolang ik omhoog moet kijken, is het vel nog onzichtbaar. Maar er is er één die nog jaren vanuit die hoek naar mij kijkt. En dat is mijn zoon.

"Die waar alles aan hangt"
Paniekbeelden van vriendjes die over een paar jaar verwonderd vragen: "Jouw moeder is wel heel oud, hè? Wel 100 hè?". En Abe die beschaamd het hoofd laat hangen. Later wijst hij me aan op het schoolplein met een flauwe beweging van zijn hand en zegt: "Daar is mijn moeder. Die waar alles aan hangt".

Plastische chirurgie is uitgesloten wegens operatie-angsten. Maar plots kwam de troostende gedachte over mij dat jongens hun moeder adoreren, no matter what.

Foto van mijn moeder
Mijn herinneringen draaiden overuren. Hoe zag ik mijn moeder dan? Mijn blik ging onmiddellijk naar de foto van mijn moeder. Genomen toen ze 38 was.

Met een strootje in de mond kijkt ze me aan. Ontegenzeggelijk, wat je noemt: een stuk. Maar wel de moeder van drie kinderen, van 18, 16 en 8. Ik voel nog de schaamte als 11-jarige in de manege. Mijn moeder op het paard en alle jongens kwamen uit de stal om te kijken. Ik dacht omdat ze er niets van kon, maar ik denk dat ik me daarin vergis.

Enquête
Mijn kritische blik op mijn mooie jonge moeder beloofde niet veel goeds. Daarom riep ik de hulp in van anderen en stuurde ik een enquête rond naar iedereen in mijn adresboek. Ik vroeg:
# Kun je je herinneren hoe je vroeger over je vader of je moeder dacht?
# Vond je ze toen oud of juist jong, lelijk of heel mooi, interessant of een beetje saai?
# Was er een verschil in hoe je over je vader of je moeder dacht?
# Hoe oud was je toen je dat dacht en hoe oud waren je vader en je moeder toen?
# Als je er nu naar kijkt, klopte je beleving dan met de werkelijkheid?
# Hoe oud ben jij nu?"

Nu hoopte ik natuurlijk dat alle mannen zouden schrijven dat hun moeder prachtig, slim en leuk was. En dat die moeders toch zeker al 50 waren toen die mannen dat vonden. Maar dat bleek niet zo te zijn.

Wel kwamen binnen no time de uitgebreide antwoorden binnen. Er openden zich werelden van lieve moeders, moeders die anders waren, vaders die onbereikbaar waren, heel sterk, vaak weg, dood, of vermeend crimineel. Er was geen peil op te trekken.

Van harte welkom
Mijn kalkoenennek had wat teweeggebracht! Een blik in de ouderlijke belevingswereld van twintigers, dertigers, veertigers, vijftigers en zestigers.

Over 14 dagen volgt hier de uitslag van mijn – absoluut niet wetenschappelijk verantwoorde – onderzoek. Wie nog mee wil doen is van harte welkom.

19. Herinneringen aan onze eigen ouders

Twee weken geleden schreef ik over de ontdekking van mijn kalkoenenflupje. Voor de mensen die geen idee hebben wat dat is: ga met je hand naar de holte van je hals. Als je niets voelt, omdat alles lekker strak is, geniet er dan nog maar van. En als je het wel voelt: welkom bij de club.

Naar aanleiding van mijn gruwelijke vondst stuurde ik mailtjes de wereld in, met de vraag: "Kun je je herinneren hoe je vroeger over je vader of je moeder dacht?"

Ik wilde erachter komen in hoeverre kinderen in de gaten hebben dat hun ouders uitzakken. Stiekem hoopte ik dat mijn volstrekt onwetenschappelijk onderzoek slechts lofzangen op de schoonheid en het intellect van hun ouders zou opleveren. Ik kreeg inderdaad prachtige ontroerende en openhartige beschrijvingen terug. Maar geen hymnen. Alhoewel de verschillen groter zijn dan de overeenkomsten, is het in ieder geval duidelijk dat kinderen hun ouders messcherp observeren.

Ik kreeg 24 herinneringen; 19 van vrouwen en 5 van mannen. De leeftijden liepen uiteen van 24 tot 72. De reacties waren afkomstig uit het hele land, maar ook uit Amerika en India. Niemand schreef over een uitgezakte hals. Wel over verdrietige moeders en afstandelijke vaders. Vaak is de blik met de jaren verzacht. Maar soms wordt de teleurstelling in een bijzin nog eens extra benadrukt.

Anders dan de andere moeders
Opvallend veel vrouwen schreven dat hun moeder ánders was. Gekker of creatiever, vlotter en jeugdiger, mooi en bijzonder. Het anders-zijn pakt echter niet altijd ten gunste van moeder uit.

J's moeder was mooi en apart, maar had ook "lelijke hoge hakken". En T schrijft: "Vroeger vond ik het voornamelijk heel irritant dat ze slecht Nederlands sprak en schreef."

B beschrijft het uiterlijk van zowel haar moeder als haar vader, in vergelijking met dat van de buren. Die waren allebei mooier dan haar ouders. "Die buurman was een heel goede vriend van mijn vader. Toen hij ziek werd en stierf, bracht mijn vader meer tijd door met die mooie (en lieve en charmante) buurvrouw dan met mijn moeder". Toen ook haar vader ziek werd en stierf, vroeg ze zich af "of die mooie buurvrouw misschien een heks was".

W schrijft dat haar moeder heel mooi was. Ze was de mooiste van haar familie. S voelde zich als jong meisje vaak onzeker bij haar moeders schoonheid. Dat ze als 13-jarige van haar fitness-leraar hoorde dat ze net zulke mooie benen als haar moeder zou krijgen als ze maar hard genoeg trainde, hielp ook niet echt.

Naar de bingo
De waardering voor het anders-zijn komt vaak pas later. H schrijft dat haar moeder, een jonge kunstenares, zeker anders was. Dat werd versterkt door een 'oude musicerende vader'. Ze wilde liever ouders die naar de bingo gingen en bier dronken. Inmiddels realiseert ze zich dat ze de veiligheid van het gewone wilde. Nu ze zelf moeder is, beseft ze dat veiligheid in liefde en aandacht zit. En dat was er in overvloed.

Ook mannen vinden hun moeder soms anders dan andere ouders. "Dat vonden mijn vrienden en vriendinnen ook", aldus P, die daaraan toevoegt: "ze gaf en geeft me vertrouwen in mijn beslissingen en leven. Over haar leeftijd heb ik nooit een mening gehad."

Mannen lijken minder oog te hebben voor het uiterlijk van hun moeder. Ook na irritant aandringen van mijn kant kwam er niet uit meer dan: "Ja, dat weet ik toch niet, daar heb ik nog nooit over nagedacht." Uitzondering is B, die er ook een beetje in verwarring van raakt. Want: "Ze was wel minder mooi dan ik destijds dacht." Maar aan de andere kant zaten er wel veel mannen achter zijn gescheiden moeder aan. Dus misschien klopt zijn huidige oordeel dan weer niet.

Van C kreeg ik een brief met schema's en gebeurtenissen die zo prachtig zijn, dat ik nu huilend aan de keukentafel zit. Hij herinnert zich zijn moeder als lief en krachtig, en beschrijft een intiem beeld als 5-jarige jongen in 1937. "Ik loop met mammie om een Melati-struik. Zij plukt bloemen. Ik heb een snotneus en zij laat mij mijn neus snuiten in haar onderrok'.

Jong en futloos
Over de leeftijd van ouders wordt vaak terzijde wat gezegd. "Mijn ouders waren oud, maar dan op een leeftijdsloze manier", schrijft S, en lijkt daarmee het gros van de berichten te verwoorden.

Dat het inschatten van leeftijd vaak gebaseerd is op gedrag, blijkt wel uit het bericht van S. "Mijn moeder was zwaarlijvig en ietwat futloos". In haar gedrag leek ze veel ouder dan haar vader, die 8 jaar ouder was. "Mijn moeder was weliswaar ouder dan die van andere klasgenoten, maar ik vond haar veel vlotter en jeugdiger", schrijft A. "Natuurlijk vond ik mijn ouders oud", schrijft E. "Dat wáren ze ook, vergeleken met andere ouders. Mijn moeder was 39 toen ze mij kreeg."

T's moeder was 17 "toen ze mij kreeg. Ik vond het supercool dat ze zo jong was en stoer dat sommige mensen dachten dat we zussen waren."

Vage vaders
Die arme vaders die altijd maar aan het werken waren, hebben heel wat minder indrukken achtergelaten dan hun echtgenoten. Alhoewel ze vaak schitterden door afwezigheid. T heeft geen idee van haar vader, behalve dat-ie "gevaarlijk was en misschien wel een cokedealer". En B zag zijn vader pas op z'n 18e. Meer indruk dan dat hij sterk op Dolf Brouwers (Sjef van Oekel) leek, liet hij niet achter.

De enige duidelijke herinnering die W aan haar vader heeft, is dat hij haar op zijn rug naar boven droeg en voor haar zong. Dat hij als marineman zijn leven gaf, vervult haar met trots, maar ze voelt ook de pijn dat hij voor zijn werk had gekozen en niet voor zijn gezin.

Dan is er de categorie vaders die niet zichtbaar waren. "Hij was er gewoon", schrijft K. V's vader was "mysterieus, een beetje afwezig voor mij als kind." P beschrijft haar vader als "veel afwezig", maar wel "een warme vader" toen ze klein was. "Mijn vader was oud en een beetje saai", schrijft J.

Stoere vaders
Er zijn ook herinneringen aan stoere vaders. Volgens H was zijn vader "sterk met benen en een buik van beton". C noemt zijn vader "geweldig". Zijn mooiste herinnering aan hem is dat hij aan het begin van de oorlog kalm en waardig afscheid van hem nam, terwijl hij wist wat hem te wachten stond. Voor mijn vader had ik als kind "een mateloze bewondering", schrijft P. Maar, voegt hij er triest aan toe: "inmiddels is hij kleurloos en vergeten geworden."

Dat kinderen de relatie tussen hun ouders goed in de gaten houden, blijkt regelmatig uit de mailtjes. "Van mijn vader begreep ik nooit waarom hij mijn moeder had gekozen. Altijd gedacht dat hij een heel ander leven had gehad met een minder degelijke vrouw", schrijft E. "Mijn vader mopperde veel op mijn moeder en mijn moeder mopperde veel over mijn vader tegen mij. Op een gegeven moment had ik het wel gehad met ze. Ze moesten maar gaan scheiden". Volgens P was haar moeder verdrietig, moe, en druk met het huishouden, terwijl haar vader voor alle partijen de helpende hand was.

De verhalen spreken voor zichzelf. We hebben allemaal onze herinneringen. We kleuren ze in met de verf waar we op dat moment beschikking over hebben. De heldin van vandaag is de droeve vrouw van morgen. Mocht er tijdens de kerstdagen iets opmerkelijks gebeuren, een fikse ruzie bijvoorbeeld, bedenk dan wel dat het allemaal wordt opgeslagen in die koppies.

Ik wens iedereen een prachtig 2006.

20. Poep en kots en snot

Ik ben 'the Nanny Diaries' aan het lezen. Geen hoogstaande literatuur, maar goed vermaak voor de verweekte hersenen. Het is het relaas van de New Yorkse Nan die oppast op de 4-jarige zoon van love-to-hate-them Park Avenue ouders. Hij bedriegt haar met de beeldschone manager en zij shopt, snibt en zeurt.

Halverwege het boek komt de ijskoningin, alias de moeder, na een dag me time de kinderkamer binnen. Blij stort zoonlief zich op haar Chanel-pakje. Zij deinst achteruit en vraagt of hij – zoals afgesproken – z'n handen heeft gewassen voordat hij haar aanraakt. Het boek is geschreven door twee echte nannies. Dus dat las ik toch met enige verbazing.

Vanmorgen dacht ik daar opeens heel anders over. Als moeder spendeer ik namelijk opvallend veel tijd aan het opruimen en onderzoeken van lichaamssappen. De kerstdagen werden dit jaar gedicteerd door slijmerige, groene silliputy-achtige diarree, die maar niet wilde weggaan. De billen van het mannetje, voorheen een perfect perzikje, waren een ontstoken en bebloede poel van ellende.

Ernaar wijzen leidde al tot ontroostbare huilbuien. Dus drukten we geroutineerd iedere vijf minuten onze neus tegen z'n billen. Zodra het poep-alert werd gegeven, renden we naar de commode, stonden we klaar met natte watten, washandjes, de föhn om te drogen, veel zalf, de allerbeste luier, een speen ter troost, en extra zakdoekjes voor het huilsnot en ter voorkoming van brandende pies op de billen.

Zo stonden onze vrije dagen in het teken van poep en pies. Niets egocentrisch rondhangen. Geen romantisch rommelen in bed, geen feestjes, langdurig eten of drinken, en zeker niet aangeschoten naar bed. Dit was meer een poep-bootcamp en onze missie was: 'maak het mannetje weer blij en diarree-vrij'.

Je zou het niet zeggen, maar ik heb een lichte hygiënemanie, ook wel smetvrees genaamd. Geliefde heeft wel eens gezegd dat hij een beetje schrok toen ik, tijdens ons eerste bioscoopbezoek, van alles op de stoel legde om het huid-stoel-contact tot een minimum te beperken. Maar zijn angst verdween zodra hij mijn huis en de afwas van een week zag. Zo werkt dat kennelijk ook met de uitwerpselen van je eigen vlees en bloed. Die zijn aanzienlijk minder goor dan die van andere kinderen. Nooit geweten. Zo leer ik op mijn oude dag steeds wat nieuws.

Inmiddels is de diarree verdwenen. De billen zijn terug naar hun perfecte perzik-staat. Blijft over: snot en af en toe kots. Dat laatste komt er bijna terloops uit. Bij voorkeur over de bank. Maar dat is goed te doen verder. De poep blijft, uitzonderingen daargelaten, redelijk goed in de luier zitten. Maar snot komt er op zo'n prominente plaats uit. Het is onmogelijk te vermijden.

Het zit dan ook overal. Op de bank, op de kniehoogte van al mijn broeken, op het dekbed, en op de ramen. Vorige week had ik een belangrijke afspraak en halverwege het gesprek bleef de blik van mijn gesprekspartner hinderlijk hangen op mijn borsten. Niet omdat-ie ze opwindend vond, zo bleek later toen ik in de trein zat. Maar omdat er op tepelhoogte snot zat. Heel veel snot.

Vanmorgen moest ik vroeg weg. Ik had alles geregeld, Kleren klaar voor het mannetje en mij. Jasje in de plooi. Rok onberispelijk zwart. Alles in orde. Het leek allemaal goed te gaan. Tot het moment dat ik zelf nog naar de wc moest en vergat om de deur dicht te trekken. Dom, dom, dom. Hijgend van zoveel onverwacht geluk vloog-ie naar binnen. Met slechts het omvertrekken van de wc-borstel voor ogen.

Ik probeerde nog een barrière te bouwen, maar ik zat in een nogal ongelukkige positie en ik was te laat. Het resultaat: een vies kind in vies spul. Na het poetsen en omkleden waren we officieel te laat. Het mannetje op mijn knie balancerend, wilde ik mijn schoenen aantrekken, maar ik kwam er niet in. De linker zat vol oude Liga's en aan de zijkant van de rechterschoen zat drie dagen snot.

Die moeder van the Nanny Diaries is zo gek nog niet. We gaan hier een beetje orde en hygiëne op zaken stellen. Vanaf nu worden de handen gewassen, het snot gesnoten en de voeten geveegd voordat mama mag worden aangeraakt. Zou daar een leermethode voor bestaan?

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Labels

coaching (11) Drenthe (4) coach (4) 40+ moeder (3) Westdorp (3) column ouders online (3) decharon coaching communicatie (3) groot Hart advies (3) oudere moeder (3) Dr. Hauschka (2) Esther de Charon de Saint Germain (2) Frederiksoord (2) Weleda (2) biologisch dynamisch (2) huisstijl (2) inspiratie (2) loopbaanadvies (2) loslaten (2) strategie (2) stress (2) villa sterrebos (2) 2010 (1) Amsterdam (1) Bisplatform (1) Borger (1) Borger-Odoorn (1) Cindy Gallop (1) D30 (1) Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg (1) Elma Drayer (1) Esther coach (1) Exloo (1) Fotomissie (1) Gezondheidsfair (1) Hens van Soest (1) Leren door dieren (1) Mindful eten (1) Rik Esther (1) Rik Hoving Artwork (1) Rita Zeelenberg (1) TED (1) Vobiscum (1) Vobiscum advies en coachingsbureau (1) Vrouwendag (1) Werk aan je Droom coaching (1) advies (1) agenda (1) aids awareness fund (1) apple (1) apple z (1) authentiek (1) authentieke communicatie (1) cittaslow (1) communicatie (1) communicatieprofessional (1) de Stille Kracht (1) design (1) drenthe noord nederland (1) druk (1) duurzaam (1) duurzaam communicatieadviesbureau (1) elevator pitch (1) esentie (1) esther (1) focus (1) grafisch vormgeving (1) grafische vormgeving (1) groeien (1) groningen (1) heimwee (1) hotel Frederiksoord (1) hunebed (1) indesign (1) innerlijke kracht (1) inzicht (1) jaaroverzicht (1) kip (1) kip zonder kop (1) kruiden (1) leren (1) leven (1) levende wensen (1) mais (1) make love not porn (1) mededogen (1) meteorietenregen (1) mindfulnes (1) naoberschap (1) natuur (1) netwerken (1) nieuwjaar (1) noordelijke provincies (1) ontwerp (1) opruimen (1) organisatieadvies (1) outplacement (1) pantone (1) picknick (1) probleemanalyse (1) slowfood (1) speeddaten (1) sterren (1) streekproducten (1) succes (1) tai chi (1) training (1) twitter (1) typografie (1) uitputting (1) vaderdag (1) verwende prinsesjes (1) visualisatie (1) wereldyogadag (1) yoga (1)